Samenwerken met anderen is niet het sterke punt van een leraar. Het is niet moeilijk in te zien waarom, vind ik. Iemand die door de survival of the fittest in het onderwijs is blijven hangen (let wel, fittest heeft hier niks met fitheid te maken) kent vaak geen ander samenwerkingsmodel dan het verlicht despotisme. En door jarenlange bevestiging is de leraar er van overtuigd geraakt dat íe het écht beter weet ... dan vrijwel ieder ander. Eigenschappen die samenwerken met andere mensen nogal moeilijk maken, laat staan met andere léraren.
Ik herken ook altijd uit de verte twee beroepsgenoten als die met elkaar spreken: ze praten tegelijk, nogal hard en geen van tweeën luistert.
Dus het is eigenlijk een wonder als er sowieso wordt samengewerkt in onderwijsland. Soms heeft men er zich bij neergelegd dat leraren tóch niet kunnen samenwerken, en ontwerpt men een soort federatief verband. Iedereen mag eigenwijs doen wat íe doet maar er wordt een licht coöperatief sausje over gegooid. Een mooi voorbeeld is de Digitale School. De organisatie daar heeft de wijsheid gehad niet alles te willen gelijktrekken. Elk digitaal lokaal heeft zijn eigen koning en mag daar – binnen ruime grenzen – doen wat íe graag doet. Mooie resultaten komen daar uit. Ik kan niet alle vaklokalen opnoemen, maar bijvoorbeeld die van Verzorging en van Klassieke Talen zijn al jaren een voorbeeld van hoe het kan. Het blijkt dat de paginabeheerders deze vrijheid zó op prijs stellen dat ze dit werk doen zonder vrijwel enige beloning: vrijheid is hen meer waard ! In het onderwijs wordt het mooiste werk geleverd in de vrije tijd… dat zien we ook hier.
Maar… samenwerking dus. Wie weet een voorbeeld van docenten die succesvol samenwerken ? Op onze school hebben we bijvoorbeeld wel geslaagde projecten… maar is dat samenwerken ? Bijna alles dat ik me voor de geest kan halen bestond de samenwerking uit 1 docent die zich vreselijk uit de naad werkte om ALLES te doen, een aantal collega’s die daar goedkeurend naar keken, soepel meewerkten en hun kritiek maar voor zich hielden. Dat is de reden dat projecten vaak zo’n heel specifieke nestgeur hebben: eigenlijk zijn ze alleen goed uit te voeren op die ene school, bij die ene docent… DIE heeft de randvoorwaarden, het enthousiasme, dat specifieke lokaal, de begrijpende schoolleider.
Moest ik allemaal aan denken bij onze inzending voor DurvenDelenDoen. Vandaag is de inschrijving voor een nieuwe tranche weer open. De vereniging schoolleiders VO heeft een verbazend hoog geldbedrag in handen, iets van tweeëneenhalf miljoen (betalen die jongens en meisjes zóveel contributie ?) en dat mogen ze uitdelen. Aan projecten die reproduceerbaar zijn op andere scholen. Gelukkig is het project dat ik heb ingezonden een regelrechte kanshebber. Op andere scholen zó uit te voeren. Door een hardwerkende collega vanuit het niets op de kaart gezet. Wij hebben allemaal vooral aangemoedigd.