• 28 april 2014
  • Of het nu ook kwam door de paasdagen is niet duidelijk, maar het woord passie voor onderwijs lag op ieders mond bestorven in de Balie. Afgelopen week waren een kleine 100 personen in de Amsterdamse Balie bijeen om te luisteren naar de ervaringen van Nederlandse deelnemers aan de The fourth International Summit on the Teaching Profession 2014 die recent in Nieuw Zeeland plaats vond. Minister Bussemaker en Annet Kil (Onderwijscoöperatie) verdienen een dikke pluim omdat zij er voor zorgden dat Nederland de enige delegatie had waar ook echte leraren deel van uitmaakten. In de meeste hogere ambtelijke internationale en politieke regionen geldt nog steeds wat Gerard Reve ooit stelde: Men bespreekt de prijs van de wol niet met schapen. Het waren o.a. de leraren van het jaar 2013 die mee mochten. Zij deden verslag van hun bezoek, samen met de aanwezige Jet Bussemaker. Er waren aardige presentaties van o.a. Sarah Albone en Jan Willen van den Bos. Wat de meeste indruk op heen heeft gemaakt waren toch de schoolbezoeken. En natuurlijk de gedeelde passie voor het onderwijs van de collega’s op de bezochte scholen.

    Nieuw Zeeland is een interessant land dat met 4,5 miljoen inwoners 8 maal groter is dan Nederland. Er zijn interessante overeenkomsten tussen ons land en Nieuw Zeeland. Ook in Nieuw Zeeland is bijna 20% van de scholen klein en ruraal. Wat vergelijkbaar is met Nederland, al betekent het begrip ruraal natuurlijk niet helemaal hetzelfde. Er is nog een groot verschil. Men piekert er in Nieuw Zeeland niet over om kleine scholen te sluiten. In tegendeel, in een strategische beleidsvisie tot 2050 stelt de overheid “smaller learning communities will change the role and configuration of schools”. Scholen worden flexibele, open en adaptieve onderwijsplekken waarbij men vertrouwt op nieuwe technologie. Omgevings- en milieuaspecten spelen daarbij als onderwijsthema een belangrijke rol. Graag had ik daar wat meer over gehoord, maar helaas.

    Dreigt achterstand?
    Inmiddels dreigt Nederland op dit gebied een achterstand op te bouwen die herinneringen oproept aan het midden van de jaren ’80 van de vorige eeuw. Toen bereikten de computers pas na ontwikkelingen in de VS en UK en druk in Nederland het reguliere onderwijs. Daarbij speelde initiatief van het bedrijfsleven (IBM en Philips) een belangrijke rol. Toen ging het om IT. Nu gaat het niet om de C van ICT. Vormen van bijvoorbeeld e-learning/blended learning, CSCL (Computer Supported Collaborative Learning), gebruik elo’s en social media etc. ze spelen op de meerderheid der scholen nog een vrij marginale rol. Veel lijkt door OCW aan de markt over gelaten te worden, van de Ipad-scholen tot aan BYOD-ontwikkelingen, tablets en de dreigende verdwijning van honderden kleine scholen.  Als het om ICT gaat lijkt de overheid de regie grotendeels kwijt te zijn. Bedrijven als Samsung nemen nu (gelukkig) het voortouw. OCW neem je verantwoordelijkheid en doe wat. Echte vernieuwing gaat niet vanzelf weten we na 30 jaar.

    Cultuuromslag?
    Terug naar de Balie. De belangrijke, maar toch ook bekende thema’s voor de verbetering van de positie van de docent domineerden de agenda van de summit: flexibiliteit, mobiliteit, ondersteuning, groei en ontwikkeling en professionalisering. Aob-voorzitter Walter Drescher was helaas verhinderd maar verwoordde de internationale trend duidelijk door op te merken dat we een verschuiving zien van de stelseldiscussies naar de school en het klaslokaal. CNV-onderwijsbestuurder Ellen van der Berg merkt op dat de problemen in het leraarschap in de meeste 20 OESO-landen speelt. Te hoge werkdruk, een imagoprobleem, te grote klassen en de vaak achterblijvende salariëring.

    Gastcommentator Jelmer Evers wilde het feestje van de minister en haar delegatie niet bederven en was mild, al kon hij niet nalaten te hopen dat er in Nederland nog een keer een echte onderwijscoöperatie van leraren komt, zoals we die in de VS kennen. Daarbij speelde teachers leadership, zoals genoemd in Het Alternatief, een belangrijke rol. Over meten en controleren en de rol van de onderwijsinspectie werd vaak gesproken. Opmerkelijk hoe verschillend de geluiden daarover zijn. Van bijna Anything goes…(‘er kan veel meer dan je denkt’ Bussemaker) tot aan verhalen van inspecteurs die vaak al moeilijk doen over bijvoorbeeld lestijd bij blended-learning. Misschien een idee om door niet betrokkene de feitelijke inspectiepraktijk eens in kaart te brengen. Edublogger en docent Dick van der Wateren vond weerklank met zijn oproep eens te stoppen met het geweeklaag onder docenten, maar de krachten te bundelen en nieuwe initiatieven te ontplooien. Hij voegde al eerder de daad bij het woord met zijn initiatief voor een lerarenmaatschap.

    Ook op deze Balieavond viel het bij politici magische toverwoord: Cultuuromslag. Dat is nodig daar was bijna iedereen het over eens. Gelukkig prikte de uitstekend leidende voorzitter en schoolleider Joost Kentson (Oosterlicht College) hier doorheen. Hij gaf aan dat hij weinig met dat vage woord heeft. Hij gelooft niet zo in die pleidooien voor cultuurverandering. Geef ruimte en verantwoordelijkheid aan docenten en vraag van hen ook verantwoording. Dat is de sleutel tot verandering. Mede auteur van het Alternatie René Kneyber knikte instemmend. Hij kon het weten als docent van het Oosterlicht College.

    Jan Lepeltak – zie ook LearningFocus.nl

    RDL b2pn120x120 sms-taal120x75