• 23 februari 2016
  • Recensie door Aad van der Drift
    Bij de titel KLEPPEN DICHT denk je onmiddellijk aan een docent met ordeproblemen. Je hoopt dat de man of vrouw voor de klas, die zo’n uitspraak doet, het de komende jaren nog gaat redden. De lichte wanhoop die uit de titel spreekt raakt de inhoud van het boek. Het gaat er inderdaad om hoe je je als docent in een klas vol pubers met een tablet of laptop redt. Al op de omslag stellen Patricia van Slobbe en Michel van Ast dat zodra leerlingen in de klas de klep open doen het contact met hun leerkracht verstoord is. Over het voorkomen van die verstoring gaat “Kleppen Dicht”.

    Anders dan mijn inleiding suggereert is het boek een optimistisch en prettig geschreven handleiding over de inzet van ICT in de klas. De klep mag echter pas open zodra een docent vermoedt dat ICT-gebruik waarde toevoegt. Dat beweert ook professor Compernolle in het voorwoord. Volgens hem moet ICT in de klas ingezet worden als de inhoud bij het brein past. Hij is beducht dat zowel jong als oud slaaf zijn van de technologie terwijl die technologie er juist voor is om ze voor eigen gebruik in te zetten. Het gaat dus om inzet van technologie ten behoeve van het leren in plaats van technologie bij het leren.

    In dit boek doen van Slobbe en van Ast een poging om aan te geven wat betekenisvol leren is. Om dat uit te leggen gebruiken ze vijf componenten te weten: actief, constructief, doelgericht, authentiek, coöperatief. Het verdient volgens hen aanbeveling zoveel mogelijk van die componenten in een leeractiviteit te steken. Daarbij geldt dat betekenisvol leren, uiteraard, zowel met als zonder ICT kan plaatsvinden. Een ander belangrijk begrip is activerende didactiek waaronder wordt verstaan dat leerlingen het makkelijkst leren als ze actief met de leerstof aan de slag gaan. Bij gebruik van ICT kun je dat opsplitsen in leren met ICT of onderwijzen met ICT. De keuze voor onderwijzen met ICT heeft bij de schrijvers de voorkeur, want voor die wijze ontbreekt nog steeds voldoende goed materiaal. Onderwijzen met ICT in een activerende omgeving heeft de meeste voorkeur. Denk daarbij aan bijvoorbeeld leerlingen die een mooi verhaal maken met beeld en geluid in plaats van een Word bestandje. Dat laatste kan ook mooi zijn, maar moet daar een extra activiteit aan gekoppeld zijn waardoor het leren natuurlijker verloopt.

    Te veel ICT is natuurlijk ook weer niet goed; nadat leerlingen voor de zoveelste keer een Socrative of Kahoot opdracht hebben gemaakt, is daar ook de lol vanaf. Wil je als docent beginnen, laat je dan volgens de schrijvers niet weerhouden van een experiment, desnoods met genoemde programma’s. #FAIL bestaat niet, he is veel eerder een “first attempt in learning”. Daarbij komt, dat als je samen met leerlingen iets probeert het soms veel pannender wordt.

    Wie het boek aanschaft raad ik aan te beginnen op pagina 22, daar staat namelijk een handige leeswijzer. Dit boek is niet bedoeld om van voren naar achteren te lezen, maar is eerder een gebruiksboek waar je het nodige uit haalt. Het boek begint na de inleiding met interactie tussen leraar en leerling, dat is immers de basis van het leren. Waar, wanneer en hoe geef je instructie is de kern van het volgende hoofdstuk. Instructie met ICT is dan niet alleen PowerPoint of een YouTube filmpje. Er zijn heel veel interactieve instructies met ICT te bedenken. Een van die creatieve vormen is Flipping the Classroom, een onderdeel waarover Michel van Ast prachtige ideeën heeft. Toetsen en beoordelen is een lastig en vaak tijdrovend onderdeel. Het is maar de vraag of dat met ICT minder tijd kost.

    Gelukkig leggen de schrijvers helder het verschil tussen summatieve (beoordelende) en formatieve (educatieve) toetsen uit. Toetsen is echter een belangrijk onderdeel; door dat te doen krijgt de docent de nodige informatie over een leerling. In leerling producten worden suggesties gegeven over wat leerlingen met ICT kunnen maken. Dat daar verschillen bij optreden en hoe je daar mee moet omgaan komt in het hoofdstuk ervoor aan bod. Informatietechnologie maakt het heel makkelijk om samen te werken aan een bestand. Daarvoor zijn dankzij cloudoplossingen veel mogelijkheden, Google, wiki en diverse al dan niet gratis verkrijgbare ELO’s, en hoe je die gebruikt wordt kort maar helder toegelicht. Ook zijn er met sociale applicaties allerlei samenwerkingsvormen te bedenken met bijvoorbeeld Skype of een WhatsApp groep.

    De laatste hoofdstukken waren helaas wat lastiger te doorgronden. Het zijn de hoofdstukken onderwijs organiseren met ICT en onderwijs met ICT organiseren. Gaat het eerste over het ordeningsprincipe, het andere gaat over de inzet van ICT op een verantwoorde didactische en pedagogische wijze. Vooral de opsomming in de laatste van de twee hoofdstukken kon mij niet meer zo boeien. Toch ben ik benieuwd naar wat beide schrijvers als vervolg op deze uitgave gaan brengen. Van Slobbe en Van Ast hebben met Kleppen Dicht een bijzonder boek gemaakt dat zeker voor iedereen die al met ICT werkt of ermee aan de slag gaat goed is om door te nemen. In elk geval hoort van dit boek met zoveel didactische tips en tricks op iedere school één exemplaar te liggen.

    Drift_vd_Aad Aad van der Drift (Zernike College)Weblog


    Reactie auteurs
    We zijn heel blij met deze positieve recensie van Aad van der Drift en met het feit dat hij vindt dat er op iedere school minstens een exemplaar aanwezig moet zijn. We zijn ook blij met de mogelijkheid om een reactie op deze recensie te schrijven. Graag maken we van de gelegenheid gebruik om er even drie zaken uit te lichten.

    1. In Kleppen dicht! maken we inderdaad onderscheid tussen onderwijzen met ICT en leren met ICT. We hebben echter bewust gekozen voor de ondertitel op het omslag: effectief leren met ICT. Leren, dat is waar het om gaat. Het model dat we in de eerste hoofdstukken centraal stellen, is echter een meer leraargestuurde inrichting van het onderwijs: directe instructie. Het is een handzaam model dat goed is om op terug te vallen als je gaat experimenteren met ICT. Het geeft je daarbij veel houvast.
    2. Er worden in de recensie veel toepassingen genoemd. Daar ontkom je natuurlijk niet aan als je een boek schrijft over onderwijs en ICT. Toch willen we nogmaals benadrukken dat het niet om de technologie gaat, maar om de didactiek. Het hoofdstuk ‘Samenwerkend leren’ is daarvan een mooi voorbeeld. Er zijn inderdaad veel mooie en goeie toepassingen, maar houd je geen rekening met de vijf sleutelbegrippen voor samenwerkend leren en vijf succesfactoren voor digitaal samenwerkend leren dan hoef je er eigenlijk niet aan te beginnen. Of het genoemde Kahoot. Je kunt Kahoot zo veel gebruiken als je maar wilt, als je de toepassing maar op een didactisch verantwoorde en effectieve manier inzet.
    3. Daar Aad schrijft dat hij de hoofdstukken 8 en 9 wat lastig te doorgronden vond, lichten we die hier graag nogmaals toe. Hoofdstuk 8, onderwijs organiseren met ICT, richt zich op docenten die nog weinig doen met ICT en vooral toegevoegde waarde van ICT zien voor de organisatie van hun lesgeven. Terwijl hoofdstuk 9, onderwijs met ICT organiseren, zich meer richt op docenten die al wat meer doen met ICT en daarbij goed overzicht willen houden. Daarmee gaat het in die hoofdstukken, naar ons idee, juist veel minder om de pedagogische en didactische inzet maar veel meer om de organisatorische aspecten. Tot slot, het tiende en laatste hoofdstuk heet “Dit is niet het laatste hoofdstuk”. Daarmee nemen we een voorschot op de nieuwsgierigheid van Aad naar het vervolg. Een tweede deel dat zo maar Kleppen open! zou kunnen gaan heten, zich meer richt op actief leren met ICT en juist meer leerlinggericht onderwijs centraal stelt.

    Kleppen dicht
    Patricia van Slobbe en Michel van Ast
    Uitgeverij: Pica
    ISBN: 789491806629
    Prijs € 24,95

    komenskypost drp_animatie threeships prowise1 RDL b2pn120x120 sms-taal120x75