• 15 december 2014
  • Mensen die weten waar ze waren toen ze hoorden dat Kennedy was vermoord, of later John Lennon, kunnen zich vaak ook nog herinneren wanneer ze voor het eerst achter een toetsenboord van een PC zaten. De kinderen van nu zullen zich dit waarschijnlijk later niet meer herinneren. Net zomin als wij niet meer precies weten wanneer we voor het eerst een verhaaltje schreven of een boek lazen.

    Momenteel werk ik aan een boek, geschreven uit enthousiasme en herkenning.

    Eerst het enthousiasme.
    We zien momenteel een aantal interessante ontwikkelingen binnen het onderwijs. Van basis- tot voortgezet onderwijs staat er een nieuwe generatie leraren “voor de klas”. Ze zijn opgegroeid met computers of beter informatie- en communicatie-technologie (ICT). Voor het eerst sinds lange tijd zien we echt “nieuwe” ideeën de school in komen. Er wordt gediscussieerd over het belang van “coding”, computational thinking, algoritmiseren en programmeren, of over de maker movement. Bij het laatste gaat het over het maken van allerlei zaken al dan niet met behulp van nieuwe technologieën zoals 3D-printing, laser cutting en robots.

    Het model van de klassikale les kantelt (‘flipping the classroom’). Daarbij wordt ICT ingezet om multimediale instructiefilmpjes met uitleg te maken, die leerlingen thuis kunnen bekijken. Op school worden vervolgens vragen van leerlingen beantwoord, opdrachten gemaakt of gewerkt aan projecten. In de reguliere les worden ze begeleid door hun docenten. We zien dat buzz-woorden als ‘coding’ ‘maker movement’, ‘robotica’ en ‘flipping the classroom’ gemeengoed worden in onderwijsland. Maar laten we ons niet rijk rekenen. Als ik een bij een presentatie vraag wie weleens van flipping the classroom heeft gehoord dan steekt nog altijd een minderheid zijn hand op.

    Herkenning
    Maar nu de herkenning. Als we het hebben over algoritmiseren en ‘coding’ is de leerling meer dan een passief gebruiker, hij wordt ontwerper. Hij controleert het proces, hij vertelt wat de computer moet doen. In de afgelopen dertig jaar hebben we gezien hoe het accent van ‘learning to use’ (leren de PC te bedienen/gebruiken) verschoof naar ‘using to learn’ (de PC te gebruiken bij het leren van wis- en natuurkunde, de talen etc.).

    We zitten nu een periode waarbij het accent ligt op het gebruiken van de PC om te creëren. Dat kan gaan om zelf apps of games programmeren, of echt om producten bedenken, uitvinden en maken. Het kan ook gaan om het maken van je eigen computer. Er zijn kleine krachtige PC’s als de RapsberryPi of de Arduino die slechts enkele tientallen euro’s kosten.

    Mitchel Resnick, hoogleraar aan het MIT-medialab, zei het in navolging van Confucius eens zo: ‘Listening is forgetting, looking is remembering but making is understanding’. De #makermovement, waarover Sylvia Martinez een mooi boek heeft geschreven, verwijst naar de legendarische MIT-professor Seymour Papert die begin jaren ’80 de klassieker Mindstorms schreef over kinderen en computers , een titel die werd overgenomen door Lego. Papert ontwikkelde een eigen programmeeromgeving voor kinderen genaamd Logo. Kinderen moesten ‘in control’ zijn van PC’s en niet omgekeerd. Papert was de leermeester van Mitchell Resnick, de ontwikkelaar van de in het onderwijs veel gebruikte programmeertaal Scratch. In de jaren ’80 was het MIT-Medialab het centrum waar veel van de nieuwe ideeën vandaan. Mensen als Papert, Negroponte, Resnick en Sherry Turkle (een van de eerste echtgenoten van Papert) en als Phd-student Mitchel Resnick, zijn de iconen van veel docenten van de huidige generatie. Daar is de herkenning. De logo-beweging uit de jaren ’80 en ’90 had mijn warme sympathie. Sterker nog ze vormde een belangrijke inspiratiebron. Zo zeer dat ik in 1986 (ik was nog leraar) besloot Seymour Papert op te zoeken in Boston/Cambridge en hem interviewde voor de Volkskrant. Daarmee is de cirkel rond. De huidige nieuwe ontwikkelingen hebben, met inzet van de bestaande technologie, hun wortels in de onderwijsinnovaties van de jaren ’80.

    Waarom zijn we in de jaren die liggen tussen toen en nu in Nederland een andere kant opgegaan? Over het hoe en waarom gaat het o.a. in mijn boek. Met daarbij de gedachte dat het uiteindelijk toch lijkt goed te komen. Dat zal wel moeten want we staan er als het om onderwijs en ICT gaat niet erg florissant voor.

    door: Jan Lepeltak

    janlepeltak j.lepeltak@learningfocus.nl

    komenskypost drp_animatie threeships prowise1 RDL b2pn120x120 sms-taal120x75