• 30 september 2013
  • ICTnieuws is er trots op Jan Lepeltak te hebben kunnen strikken voor een maandelijkse column. Lepeltak was onder meer Lector ICT en veranderende didactiek en initiator van het e-learningproject de Waddencampus bij de NHL Hogeschool, waar hij zich bezighield met onderzoek en ontwikkeling.

    De Zwaarte van het Leraarschap – Sence of urgency.

    Het was op twitter de afgelopen week een belangrijk onderwijstopic. De zwaarte van het lerarenberoep en de afschaffing van de BAPO-regeling voor oudere docenten. De BAPO-regeling voorkomt dat honderden docenten voor hun 65e afbranden. Als ze de 65 al halen. De regeling geeft ook werk aan jonge docenten.

    Als iets schreeuwt om een oplossing dan is dat het de zwaarte van het lerarenberoep. Dat vonden we al in de jaren ’80 van de vorige eeuw. Zelf gaf ik nooit meer dan 21 uur (volledig bevoegd) Nederlands in het voortgezet onderwijs (van 1 mavo tot 6 vwo). Dat betekende, om het goed te willen doen, een vrijwel volle baan. Dan is het salaris toch wel weer karig. Ondanks mijn deeltijdbaan kwam ik een aantal dagen per week thuis als een zombie.

    NOA: open-deur-onderzoek?
    Een belangrijk, maar steeds minder vaak gehanteerd criterium voor het gebruik van educatieve software is dat het iets moet oplossen. Er moet sprake zijn van sense of urgency. Er valt veel in het onderwijs op te lossen. Voorbereiding en correctie vreten tijd. Het geven van goede, gerichte feedback bij stelonderwijs bijvoorbeeld is onontbeerlijk maar wel tijdrovend. De docent Nederlands was door correctie en voorbereiding sowieso de pineut. Is allemaal al eens onderzocht.
    Volgens het omstreden Nationaal Onderwijs Akkoord (NOA) gaat men nu de zwaarte van het beroep weer onderzoeken. Een open-deur-onderzoek? Ik vrees het ergste. Er gebeurt weer jaren niks. Kon de computer maar helpen. Er werden ons programma’s beloofd die binnen 10 jaar opstellen konden nakijken. Ik wist wel beter. Programma’s die konden helpen bij het feedback geven, zijn nooit echt uitontwikkeld en breed beschikbaar gekomen.

    Het is met programmatuur als met autotunnels, nieuwe tunnels lokken weer nieuwe automobilisten. Leerlingvolgsystemen zijn erg handig, alleen leiden ze vaak ook weer tot meer administratie en dus meer werk. Het CITO wil (‘operatie WC-eend’) vaker en eerder toetsen af nemen. Het wachten is nu op de babytoets. Toetsen betekent steeds minder vrijheid, meer gebondenheid en zwaardere werkdruk in een overdreven afrekencultuur. Welke verlichting heeft Ict de docent gegeven? Generieke programmatuur zoals de tekstverwerker, het spreadsheet zijn handige hulpmiddelen, maar ik bedoel echt vakspecifieke hulpprogramma’s. Didactisch zijn grote sprongen voorwaarts gemaakt door de inzet van programma’s die dynamische simulaties mogelijk maken en hardware waarmee gemeten en geregeld kan worden. Internet en email voor vreemde talen met communicatiemogelijkheden met leeftijdgenoten elders. Onderwijs dat zo betekenisvoller wordt voor de leerling. Volgens een voorzichtige schatting (voorbereiden, correctie, vergaderen, werkweken, eindexamens etc.) kwam ik met Excel (ook lekker handig) op ca. 1400 uur per jaar uit bij mijn lesomvang van 21 lesuren. Daarbij heb ik professionalisering helemaal niet meegerekend. Dat deed ik sowieso in mijn eigen tijd.

    De gedachte van ‘Flipping the classroom’ vind ik sympathiek maar ik betwijfel sterk of hij realistisch en haalbaar is voor de meerderheid van de docenten. Van al mij vrienden en oud-collega’s hoor ik: het lesgeven is nog steeds leuk maar de werkdruk is de afgelopen tijd alleen maar toegenomen. De klassen zijn groter, de directie en inspectie is steeds veeleisender. Geen wonder dat bijna de helft van de jonge docenten het onderwijs (VO) na een paar jaar voor gezien houdt.
    Begrijpelijk dat ruim 70% van de docenten de methodes als leidraad neemt. De methode is vaak de reddingboei om niet te verdrinken in het werk.

    De implementatie van Ict gaat langzaam. Sense of urgency is een goede motor. Daarom, en daar begin ik weer, vind ik bijvoorbeeld smart inzet van Ict bij kleine, krimpscholen (en dat zijn er meer dan 1000) zo belangrijk. Urgentie genoeg. Die scholen verdwijnen als we niks doen. En juist op die kleine scholen wordt door omvang en organisatie de werkdruk acceptabel gevonden. Of zoals Prof. Stephen Heppell stelt: kleine scholen zouden juist de norm moeten zijn.

    Jan Lepeltak
    Zie ook www.learningfocus.nl
    j.lepeltak@learningfocus.nl
    twitter: @jlepeltak

    RDL b2pn120x120 sms-taal120x75