• 16 november 2011
  • René Franquinet
  • Rare tekens in de polderHet is me wat met die afwijkende lettertekens als é, ø, ö, ç. Je kunt ze gebruiken in een tekst door combinaties van toetsaanslagen te gebruiken of door ze aan te klikken in tabellen in je tekstverwerker. Dat gaat allemaal best en je vindt het resultaat prima, want je wilt dat weggeëbd ook als zodanig op papier of scherm verschijnt en niet weggeebd. Engelstaligen hebben hier weinig last van, maar vele niet-Engelstalige West-Europeanen moeten om het correct te doen wel rekening houden met die speciale tekens. De extra tekens boven, onder of door letters worden ook wel diakritische tekens genoemd, omdat ze de letter een speciale klank meegeven. De ë in weggeëbd klinkt anders dan de e die ervoor staat. Een probleem wordt het soms als je die tekens wilt gebruiken in een digitaal formulier met naams- en andere gegevens. Verdorie, je krijgt niet zelden een foutmelding: mag niet gebruikt worden. Niks aan te doen, ict wint in dit geval. En vooral de Nederlandse aanpak van ict. Dus je gebruikt het “kale” teken dan maar. Rene in plaats van René. In landen als België en Duitsland is het gebruik van de speciale tekens heel gewoon dus houdt de software-ontwerper daar rekening mee. Wordt bij de opstelling van het formulier de voorwaarde ingebouwd dat ASCII-tekens of UNICODE gebruikt mogen worden, dan wordt ieders naam en vrijwel elk teken gerespecteerd. En dat behoort ict natuurlijk te doen: zich naar ons en ons taalgebruik richten en niet andersom.

    René Franquinet

    René Franquinet is van vrij veel markten thuis. Hij was ooit eens vertaler/eindredacteur van Spirou/Robbedoes. Ging Nederlands doceren en tenslotte informatica in de bovenbouw van het havo en vwo. Tussendoor was hij (eind)redacteur van COS en redacteur van Stepnet. Hij is bestuurslid en auteur van de informatica-methode Enigma. Hij is oud-voorzitter van de Vereniging i&i en erelid van deze vereniging. Momenteel is hij bestuurslid van het Platform VVVO.
    RDL b2pn120x120 sms-taal120x75