• 8 november 2016
  • Mensen die mij vragen wat ik zo al gedaan heb in mijn leven, vertel ik dat ik onder andere docent Nederlands en informatica geweest ben. Meestal kijken ze dan wat verbaasd, omdat ze vinden dat dat twee geheel verschillende werelden zijn. Sterker nog: hoe kun je voor beide vakgebieden aanleg hebben? Afgezien van het gegeven dat ik op de middelbare school de gelukkige eigenschap had zowel in de alfa- en bètavakken goed te presteren, is de gedachte dat Nederlands en informatica ver uit elkaar liggen, niet zo voor de hand liggend.

    Taal is namelijk het verbindende element. In feite is elk onderwijs primair op taal gebaseerd. Zelfs de beeldende vakken, uitermate visueel, moeten het hebben van woordelijke uitleg. De C in ICT wijst er ook duidelijk op. Informatica bestaat voor een deel uit programmeren en informatica heeft soms een sterk technologische inslag. Dat bij sommige onderdelen daarvan een groot beroep op analytisch inzicht en logica wordt gedaan, levert een voordeel op voor sterk bèta-georiënteerde leerlingen. Maar het is geen voorwaarde die de rest uitsluit. De taal blijft een cruciale rol spelen. Dat is niet te ontkennen.

    Toch brengt de algemene stemming over het bèta-achtige karakter van informatica in het bijzonder en ICT in het algemeen met zich mee, dat vele mensen er bij voorbaat niet aan beginnen. Ook mag als handicap genoemd worden dat vele handboeken en lesmodellen door insiders, zeg maar ICT-nerds, geschreven zijn. Dat was onder meer de laatste twintig jaren het geval, een reden dat veel meisjes ICT maar een enge bezigheid vonden. Door meer eenvoudige praktische oefeningen aan te bieden is hier al veel te bereiken. Maar het zou een mooie zaak zijn als zowel taalkundigen als (bèta-)informatici nauwer samenwerken om ingewikkelde informatica-problemen goed onder woorden te brengen. Op die manier kunnen meer alfa-georiënteerden ook inzicht krijgen in de wereld achter ICT. Op dit moment willen ze die drempel niet altijd over.

    Ik denk ook dat het gebruik van het Engels, in feite de lingua franca (voertaal) in de ICT-wereld, geen hindernis mag zijn voor het aanbieden van instructies en lesmodellen. Docenten willen doorgaans dat de voertaal Nederlands is. Leerlingen zelf gaan gemakkelijk om met het volgen van aanwijzingen in het Engels. Hier heiligt het doel dus de middelen.

    komenskypost drp_animatie threeships prowise1 RDL b2pn120x120 sms-taal120x75