• 2 juli 2015
  • Van oudsher bestaat er een rookgordijn tussen de wereld van degenen die iets ontwerpen voor de computergebruiker en de gebruiker zelf. Dat gordijn is een soort filter dat de woorden voor de gebruiker onbegrijpelijk maakt. Niet zelden zonder opzet gebruikt de maker, of dat nou een software- of hardwaremaker is, een jargon, dat alleen door hemzelf begrepen wordt, waarbij de gebruiker wanhopig probeert fragmenten ervan te begrijpen, zodat hij enige houvast heeft.

    Toen de computer zijn intrede deed in de particuliere wereld, nam de ontwerper het voor gewoon aan dat de gebruiker min of meer insider was. Hij kende de beginselen van de assembleertaal (bijvoorbeeld: LD HL,(ADR1) LD DE,(ADR2) ), die ervoor moet zorgen dat een woordelijke, min of meer begrijpelijke opdracht vertaald wordt naar iets wat de processor ook werkelijk kan uitvoeren (dat wordt machinetaal genoemd). Foutjes waren niet uitgesloten, want de precisie was onverbiddelijk en de gebruiker hanteerde de code met grote discipline. Gewone spreektaal kwam er niet bij kijken, die was meer geschikt voor poëten en romanschrijvers. In de loop der jaren werden hogere programmeertalen ontworpen, die als het ware probeerden dat wat je met mensentaal bij of in een computer wilde realiseren, ook mogelijk te maken. Telkens modieuzere talen werden er gecreëerd, aan de buitenkant een legodoos vol bouwsteentjes, maar van binnen een uiterst complexe bouwtaal, die alleen door minimaal HBO-studie beheerst kon worden.

    Dat laatste maakt ook dat de afstand tot de gebruiker zeer groot is geworden. Iemand die het al eens op zich heeft genomen een van de moderne programmeertalen, bijv. Python, C++, Java, onder de knie te krijgen, moet toegeven dat hij misschien een kwart van wat er aangeboden wordt, beheerst. De talen kennen uitgebreide bibliotheken: commandostructuren en opdrachtdefinities.

    Zouden programmeurs nou in staat zijn hun vaak abstracte programmadefinities in heldere taal aan de gebruiker of opdrachtgever duidelijk te maken, dan zou er een wereld te winnen zijn. In ieder geval zouden de kosten behoorlijk gereduceerd kunnen worden.

    Maar hebben de ontwerpers daar wel belang bij?

    ReneFranquinetRené Franquinet
    René doceerde Nederlands en informatica in bovenbouw havo/vwo, was (eind)redacteur COS en redacteur Stepnet.
    Hij is bestuurslid en auteur van de informaticamethode Enigma, oud-voorzitter (erelid) van de docentenvakvereniging i&i. Actief bestuurslid Platform VVVO en beleidsmedewerker

    komenskypost parnassys drp_animatie threeships prowise1 prowise1 RDL b2pn120x120
    sms-taal120x75